Historie

De Oprichting

Er was al geruime tijd over gesproken, maar de daadwerkelijke oprichting van een voetbalclub in Oeffelt was er nog steeds niet van gekomen. In mei 1910 hadden al enkele fanatiekelingen via een brief aan de gemeente gevraagd om een stukje grond voor een voetbalveld, maar dit verzoek werd afgewezen.

Acht jaar later werd er weer gesproken over een voetbalclub, maar met veel aarzeling. De aarzeling kwam doordat er een aantal vragen onbeantwoord bleven, voorbeelden hiervan waren: "Was het wel zeker dat iedereen die toegezegd had lid te worden, ook werkelijk lid zou worden? Zou men niet op het laatste moment terugkrabbelen?’ en ‘Hoe komen we aan een voetbalveld en de andere benodigdheden? Kunnen we lid worden van een voetbalbond, gaan we dan competitie spelen?" Maar de grootste vragen gingen over de financiële kant van de club: "Wie organiseert de gehele opleiding en wie gaat dit allemaal betalen?"

Ook speelden in 1918 andere factoren een belangrijke rol. Zoals dat het grootste gedeelte van de Oeffeltse gemeenschap tegen de oprichting van een voetbalclub in het dorp was, wat dus een belemmering kon zijn op de oprichting van een voetbalclub. 

In die tijd was het vrij normaal, dat zo´n beetje de gehele vrije zondag besteed werd aan het bijwonen van diverse kerkdiensten. Zoals: de Hoogmis, het Lof, de Maria Congtregatie, de Heilige Familie, etc. Het voetballen vond ook plaats op zondag. Waardoor de voetballers niet de gehele zondag naar de kerk konden. Ze misten dan ook de middag editie van de Zalige Zondag. Dit viel bij de meeste mensen verkeerd. Je kon toch zomaar geen kerkdienst overslaan? 

Bovendien was het fenomeen “sport” nog helemaal niet bekend en zeker niet zoals sport nu wordt beleefd. De mensen moesten zes dagen in de week hard werken en als je eindelijk eens een paar uur vrij was, dan ging toch zeker niet als een stelletje idioten met tweeëntwintig man achter de bal aan rennen? 

Verder zagen de hard werkende arbeiders voetballen als een gelegenheid voor elite en niet voor arbeiders. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de oprichters inderdaad bijna allemaal tot de families van ‘aanzien’ behoorden. En ook nog eens waren deze oprichters allemaal rond de 18 jaar. Een stelletje snotneuzen, die toen ter tijd zeker niets te vertellen hadden.

Het zag er dus niet echt naar uit dat er een voetbalclub opgericht zou worden. Maar toch kwam die er. Doordat de jonge sporters en tevens oprichters met wilskracht en vastberadenheid toch doorgingen. Dit leverde op 7 juni 1918 de oprichting van onze voetbalclub op. 

Op deze gedenkwaardige dag had het merendeel van de toekomstig voetballers afgesproken om elkaar na de Hoogmis te ontmoeten bij de woning van Helmke Schraven. In de warme zon onder een oude perenboom werd er besloten dat het er nu toch maar eens van moest komen. Deze dag werd in latere jaren berucht als: 'Het onderhoud onder de perenboom'. Wie er allemaal precies bij dit onderhoud aanwezig waren, is niet meer met absolute zekerheid vast te stelling. Maar waarschijnlijk was het een groep van 14 personen die hierbij aanwezig waren. Deze groep bestond uit: Harrie Geurts, Herman Schröder, A. Jansen, W. Gerrits, W. (Helmke) Schraven, M. Schelbergen, B. Schelbergen, J. Martens, C. Jansen, J. Bemards, M. Aarts, H. Ernst, Jan Hendriks en P. Nelissen.

Deze personen kozen meteen een bestuur. De grote initiatiefnemer voor de oprichting van een voetbalclub was altijd al A. Jansen geweest en het was dan ook geen wonder dat hij voorgedragen werd als voorzitter. Alle aanwezigen waren het erover eens dat of Helmke Schraven of Herman Schröder de functie van secretaris zou moeten krijgen. Het werd uiteindelijk Herman, o.a. omdat hij volgens B. Schelbergen “zo verduld moi kon schrieve”. En de laatste functie die te vergeven was, penningmeester, ging wel naar Helmke Schraven.

Het eerste werk was voor de penningmeester. Aan alle leden werd een contributie gevraagd van 1 gulden met 14 gulden ‘op den bil’ (wat toe een fiks bedrag was) en zo zag de financiële kant van de voetbalclub er voorlopig rooskleurig uit.

De historie wil verder dat op het moment dat de Oeffeltse voetbalclub werd opgericht, een zwaluw kwam langs vliegen. Hierdoor werd ter plekke besloten dat de voetbalvereniging dan ook maar “De Zwaluw” moest gaan heten. Of dit verhaal op waarheid berust valt te betwijfelen. Het zou inderdaad zo gebeurd kunnen zijn, maar als dat zo is dan mogen we wel héél erg blij zijn, dat er op dat beslissende moment geen kerkuil of trekeend langs huize Schraven kwam fladderen.

Hoe het ook zij, de oprichting was vanaf nu een feit. Maar nu stonden de heren voor de zware taak om de voetbalclub ook praktisch gestalte te geven en om het vertrouwen van de Oeffeltse gemeenschap te winnen.

Het ontbrak de jonge sportfanaten zeer zeker niet aan daadkracht en enthousiasme, want wat de heren allemaal klaar speelden in één week tijd, grenst aan het onwaarschijnlijke. Allereerst werd er bij de gemeente aangeklopt voor een stukje grond. Waarop de gemeente antwoordde dat er nog een stukje grond lag bij de familie Liebrand, die de voetbalclub wel kon krijgen. Dit lapje “broek-grond” zat vol gaten en kuilen en bovendien stond het nog regelmatig blank vanwege hoog water. Dus een betere optie voor de gemeente middels de voetbalclub was er niet (“Hebben jullie er niks aan, dan zijn wij het tenminste kwijt”). 

De oprichters vonden het niet erg om dit stukje grond te krijgen, want door middel van verschillende connecties konden ze dit stukje grond verbeteren. Zo werkte M. Schelbergen bij ‘Boswachterij ’t Hert’ en hij wist beslag te leggen op een aantal grasgroene dennen, waarvan de doelpalen werden gemaakt. Ook Soldaatcommies H. Ernst kon nog het een en ander aan materialen regelen, waardoor er op 14 juni 1918, slechts een week na oprichting, de eerste wedstrijd gespeeld kon worden.

Deze eerste wedstrijd werd gespeeld tegen een patronaatselftal uit Boxmeer. Dit waren jongeren die, onder leiding van een pater of priester, diverse activiteiten ondernamen (later is hieruit de K.P.J. ontstaan). De eerste wedstrijd moest gespeeld worden met de bal uit Boxmeer, omdat de Oeffeltse vereniging deze nog niet had. Ondanks dit verschijnsel won De Zwaluw zijn eerste wedstrijd met 5-0! Wie het allereerste doelpunt scoorde is niet bekend. In 1978 verklaarde Harrie Geurts en Jan Hendriks dat ze allebei 5 doelpunten hadden gescoord en dus allebei het eerste doelpunten van De Zwaluw ooit scoorde, terwijl de uitslag echt maar 5-0 was. 

En zo gingen de Oeffeltse voetballers van start. Voetbalschoenen en sportkleding had men (nog) niet. Er werd gevoetbald in een lange broek en op oude schoenen. Sommige leden lieten bij de schoenmaker een voetbalschoen van een oude schoen maken, maar niet iedereen kon zich dit veroorloven. Je bracht één oude schoen, het lag eraan of je links- of rechtsbenig was, naar de schoenmaker met het verzoek om er een voetbalschoen van te maken. De ambachtsman naaide een aantal dikke lappen leer op de oude schoen, maakte er een aantal extra gaten bij voor de veters en klaar was de voetbalschoen. Deze ‘voetbalschoen’ zat ontzetten strak en je kon er bijna niet fatsoenlijk op lopen. Maar juist omdat het schoeisel er zo raar uitzag, dacht iedereen vol bewondering, dat het hier om een echte voetbalschoen ging. Een voordeel was dat het ding nog niet met het grootste geweld van de wereld kapot te krijgen was. En daar ging het eigenlijk om. 

Want in die tijd keek men niet zo nauw. Het veld was te klein en was hobbelig, niemand kende de spelregels, men had geen fatsoenlijke uitrusting, je voetbalde zelfs gewoon met zeven of acht spelers als mensen geen tijd hadden. Het maakte allemaal niet zo veel uit, als het maar ongeveer een beetje klopte, dan was het al goed. Dit gold ook bijvoorbeeld voor de eerste bal van onze vereniging. Natuurlijk zou het mooier geweest zijn als die bal helemaal rond was geweest, maar dat was ie nou eenmaal niet. Het was een eivormige bal van 2,5 gulden, die zelfs nog helemaal uit Venlo moest komen. Maar zoals gezegd, dit waren slechts bijzaken.

De enige speler die in deze tijd een echt sportshirt droeg was Harrie Geurts. Hij zat op een internaat, waartoe ook een blauwwit sportshirt behoorde. Dat oogde in die dagen al behoorlijk professioneel. Toen de heer H. Mooren zich bereid verklaarde om het elftal echte shirts te schenken, was de keus niet moeilijk. Iedereen wilde immers zo’n professioneel blauwwit shirt hebben en als gevolg van deze beslissing is voetbalminnend Oeffelt nog steeds in het blauw en wit gehuld.  

De Oeffeltse Zwaluw speelde diverse vriendschappelijke wedstrijden en bij de start van het eerstvolgende voetbalseizoen schreef de club zich in voor de competitie. Deze competitie was de laagste klasse: Maasbuurt Afdeling C. De prestaties in dit eerste seizoen vielen behoorlijk tegen, want er werd slechts een wedstrijd gewonnen (tegen Sparta uit Middelaar).

 

Foto's toegevoegd op 07 januari 2013 19:08

Van Neerven Sport Spar Boere Security Art Kersten Assurantiƫn Hoofdsponsor Atlantic Power Evelien Kapsalon Annemarie Van Alem Fotografie